Wil je als stiefouder een juridische band met je stiefkind, dan biedt stiefouderadoptie een uitkomst. Als stiefouder wordt aangemerkt de echtgenoot, de geregistreerd partner of de levensgezel van de ouder. Middels stiefouderadoptie ontstaat een familierechtelijke band tussen de stiefouder en het stiefkind, wordt de stiefouder belast met het gezamenlijk gezag over het stiefkind, wordt de stiefouder onderhoudsplichtig jegens het stiefkind, en kan het stiefkind de achternaam van de stiefouder krijgen. Er ontstaan derhalve allerlei rechten en plichten.

Stiefouderadoptie is de adoptie door één persoon, meestal door de nieuwe partner van de ouder, die samen met de stiefkinderen in gezinsverband woont of met de andere ouder is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan. Met de (oorspronkelijke) ouder zal de familierechtelijke band ophouden te bestaan. Dit maakt dat adoptie niet zondermeer is toegestaan en met veel waarborgen is omgeven. Stiefouderadoptie kan worden bewerkstelligd door het indienen van een verzoekschrift tot stiefouderadoptie (middels een advocaat) bij de rechtbank. De rechtbank toetst dit verzoek aan de volgende voorwaarden:

De voorwaarden

  1. De stiefouder en de partner moeten in beginsel drie jaar voorafgaand aan het verzoek hebben samengewoond.
    Deze samenlevingstermijn is bedoeld om zoveel mogelijk te zorgen dat het kind in een bestendig en duurzaam gezinsverband terecht komt. Deze voorwaarde geldt niet wanneer het kind is geboren binnen de relatie van de stiefouder en de ouder. In de praktijk komt het regelmatig voor dat er feitelijk geen gezamenlijke huishouding is of dat de ouder en de stiefouder niet op hetzelfde adres staan ingeschreven, maar feitelijk wel op hetzelfde adres wonen. De samenlevingstermijn kan onder andere worden bewezen middels een registratie uit de basisregistratie personen, maar ook door bijvoorbeeld getuigenverklaringen. Voldoen de stiefouder en de partner ten tijde van het verzoek niet aan de samenlevingstermijn, dan kan de rechtbank afwijken van deze voorwaarde en de adoptie uitspreken als dit desondanks in het belang van het kind is. Dat is uiteraard afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Een voorbeeld waarbij de rechtbank is afgeweken van deze driejaarstermijn was de situatie dat het kind anders terug zou moeten naar het land van herkomst en de continuïteit van de verzorging in gevaar zou komen. Ook een ongeneselijk zieke ouder die op korte termijn komt te overlijden, waardoor eveneens de continuïteit van de verzorging van het kind in gevaar komt kan een uitzonderingssituatie opleveren. Dit zijn derhalve uitzonderingssituaties.

  2. De stiefouderadoptie moet in het belang zijn van het kind, waarbij dient vast te staan dat het kind nu en in de toekomst niets meer van de andere ouder te verwachten heeft. Of een kind nu en in te toekomst niets meer van de andere ouder te verwachten heeft, hangt af van de omstandigheden van het geval. Het feit dat een ouder bijvoorbeeld niet betrokken is bij het leven van een kind, betekent niet per definitie dat het kind ook in de toekomst niets meer te verwachten heeft van de ouder. Het gerechtshof heeft bijvoorbeeld de omstandigheid dat ouders een korte periode hadden samengeleefd en zij vlak na de geboorte van hun kind uit elkaar zijn gegaan, in combinatie met het feit dat er geen frequente en duurzame omgang was (zo nu en dan zag vader het kind) vanwege de regelmatige detentie van de man, onvoldoende geacht om aan te nemen dat het kind niets meer van zijn vader te verwachten had. Vader had bovendien zijn leven gebeterd, inmiddels een nieuwe relatie waar hij ook een kind mee had, en wenste juist meer omgang met zijn kind. Adoptie werd in deze situatie een te zwaar middel gevonden.
  3. Het kind is minderjarig.

  4. Wanneer het kind 12 jaar of ouder is, dient het kind in te stemmen met het verzoek. Wanneer het kind 12 jaar of ouder is, wordt hij of zij in staat geacht om haar of zijn mening omtrent het verzoek naar voren te brengen. Het kind zal daarom door de rechter worden opgeroepen. Het kind kan ook volstaan met een brief aan de rechter of kan hier van afzien. Als het kind nog geen 12 jaar oud is, maar bezwaren heeft tegen de adoptie en in staat wordt geacht om zijn of haar mening naar voren te brengen, kan het kind eveneens worden gehoord. Het initiatief om de rechter te benaderen ligt dan bij het kind. Het kind kan dat doen middels een brief aan de rechter.
  5. Het leeftijdsverschil tussen de stiefouder en het kind dient minimaal achttien jaar te zijn.
    De rechter mag niet van dit minimumleeftijdsverschil afwijken op grond van de omstandigheden van het geval. Dit is een streng vereiste.
  6. De stiefouder moet met de ouder ten minste één jaar voor het kind hebben gezorgd.
    De verzorgingstermijn is bedoeld om de bestendigheid van de verzorging en opvoeding door de adoptiefouder te toetsen. De periode van een jaar wordt gerekend vanaf het moment dat feitelijk sprake is van het gezamenlijk verzorgen en opvoeden van het kind. Wanneer het kind is geboren in een relatie van de moeder met een duomoeder geldt géén minimale verzorgingstermijn. De rechtbank kan in het belang van de minderjarige afwijken van de termijn, maar ook dit wordt streng getest.
  7. De juridische ouder(s) mogen het verzoek niet tegenspreken.
    De juridische ouders zijn de vrouw die het kind heeft gebaard, de man die op het tijdstip van de geboorte met die vrouw is gehuwd, de man die het kind heeft erkend of wiens vaderschap gerechtelijk is vastgesteld. Ook de biologische vader die het kind niet heeft erkend maar een ‘familie- of gezinsleven’ met het kind heeft, heeft recht op tegenspraak. Wanneer één van bovenstaande personen de stiefouderadoptie tegenspreekt, moet dit in persoon plaatsvinden tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van het verzoek bij de rechtbank. Wanneer de ouder ter zitting verschijnt, kan de rechter alleen in uitzonderlijke gevallen voorbij gaan aan de tegenspraak. Wanneer uit omstandigheden blijkt dat er geen sprake is van een band of als de bestaande band schadelijk is voor een kind, kan een rechter ondanks de tegenspraak van een juridisch ouder toch besluiten de adoptie uit te spreken. Het belang van het kind staat hierbij te allen tijde voorop. Als de ouder niet op de zitting verschijnt, gaat de rechtbank ervan uit dat de ouder het verzoek niet tegenspreekt.
  8. De ouder, waarmee de stiefouder een gezin vormt, moet met het eenhoofdig gezag belast zijn.
    Maximaal twee personen kunnen het ouderlijk gezag hebben over een kind. Wanneer de twee biologische ouders vanaf de geboorte belast zijn met het ouderlijk gezag, kan voor een stiefouder alleen plaats zijn wanneer de andere ouder (welke niet tot het gezin behoort) het gezag verliest door de beëindiging hiervan of doordat hij hiervan wordt ontheven of ontzet. Door ontheffing verliest de ouder het gezag over het kind. Van ontzetting uit het ouderlijk gezag is sprake als de ouder misbruik maakt van de ouderlijk gezag of als er sprake is van grove verwaarlozing of mishandeling van het kind. Als de ouders nog gezamenlijk gezag hebben kan de rechtbank dat eventueel gelijktijdig met een procedure tot stiefouderadoptie wijzigen. Vervolgens verkrijgt de stiefouder door de adoptie van rechtswege het gezamenlijk gezag.

Mocht u vragen hebben over adoptie neem dan gerust contact op met een van onze advocaten. Ook voor andere soorten adoptie, zoals bijvoorbeeld voor duomoeders, bent u bij ons aan het juiste adres.