Sommige kinderen groeien op in een gezinshuis. Niet bij hun eigen ouders, niet in een traditioneel pleeggezin, maar bij gezinshuisouders die bewust hebben gekozen voor deze bijzondere vorm van opvang. In sommige gevallen zijn die gezinshuisouders ook de officiële voogd van het kind. Maar wat betekent dat precies? En welke rechten hebben de biologische ouders dan nog?

In deze blog leggen we het verschil uit tussen gezag en voogdij, wat het betekent als een gezinshuisouder voogd is en hoe de verhouding met de biologische ouders er juridisch uitziet.

Wat is het verschil tussen gezag en voogdij?

Dit is een vraag die veel mensen bezighoudt, want de termen worden regelmatig door elkaar gebruikt. Toch is er een wezenlijk verschil.

Ouderlijk gezag omvat de rechten en de plichten van ouders om hun kind op te voeden en te verzorgen, en om beslissingen te nemen over zijn of haar leven. Ouders hebben dit gezag van rechtswege (vaders sinds 2024 na erkenning), tenzij de rechter daar anders over beslist.

Voogdij Bij OTS is de jeugdbeschermer eigenlijk geen echte voogd, maar een gezinsvoogd/jeugdbeschermer die meekijkt, helpt en aanwijzingen mag geven. De ouders houden het gezag over het kind. Zij blijven dus juridisch verantwoordelijk, maar moeten wel meewerken aan de verplichte hulp en aanwijzingen.

Bij een voogdijmaatregel is de jeugdbescherming wél de voogd in juridische zin. Dan hebben de ouders meestal geen gezag meer of is er geen ouder met gezag beschikbaar. De voogd wordt dan de wettelijke vertegenwoordiger van het kind en mag belangrijke beslissingen nemen over bijvoorbeeld verblijf, school, zorg en hulpverlening.

Er bestaat ook nog testamentaire voogdij: dat is als een ouder in zijn of haar testament een voogd heeft benoemd in het geval van overlijden.

Het belangrijkste onderscheid: ouderlijk gezag ligt bij de ouders. Voogdij is een vervanging van dat gezag door een andere persoon of instantie.

Wanneer wordt een gezinshuisouder ook voogd?

Een gezinshuisouder is iemand die professioneel en kleinschalig meerdere kinderen opvangt, zoveel mogelijk in een gezinssetting. Dat is op zichzelf al een bijzondere positie, maar in sommige situaties wordt die positie verder versterkt doordat de gezinshuisouder ook de voogdij krijgt over het kind.

Dit gebeurt doorgaans als:

  • De biologische ouders is het ouderlijk gezag ontnomen door de rechter.
  • Er niemand anders geschikt of bereid is om de voogdij op zich te nemen.
  • Het is in het belang van het kind om een stabiele, vertrouwde persoon als voogd te hebben in plaats van een anonieme instelling.

De rechter benoemt de voogd meestal na onderzoek en op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. Vanaf dat moment heeft de gezinshuisouder als voogd de volledige juridische zeggenschap over het kind.

Wat mag een voogd wel en niet beslissen?

Als gezinshuisouder en voogd zijn er vergaande bevoegdheden. Er mogen beslissingen worden genomen over:

  • School en opleiding
  • Medische zorg en behandelingen
  • Verblijfplaats van het kind
  • Paspoort en reizen
  • Dagelijkse opvoeding en verzorging

Er hoeft daarvoor geen toestemming te worden gevraagd aan de biologische ouders. Zij hebben geen gezag meer en staan juridisch op afstand.

Wel is er als voogd een verantwoordingsplicht richting de rechtbank. In sommige gevallen wordt er toezicht gehouden door een gecertificeerde instelling of wordt gevraagd periodiek te rapporteren over de situatie van het kind.

Welke rechten hebben de biologische ouders nog?

Dit is een van de meest gevoelige kanten van voogdij. De biologische ouders hebben geen gezag meer, maar dat betekent niet dat zij volledig buiten beeld staan.

Informatierecht

Biologische ouders hebben in beginsel recht op informatie over hun kind, ook als zij geen gezag hebben. Dat staat in artikel 1:377c van het Burgerlijk Wetboek. Voogden zijn verplicht hen te informeren over belangrijke zaken zoals de gezondheid en ontwikkeling van het kind, tenzij de rechter anders heeft bepaald of dit aantoonbaar schadelijk is voor het kind.

Omgangsrecht

Biologische ouders kunnen bij de rechter een omgangsregeling aanvragen, ook als zij geen gezag hebben. De rechter beoordeelt dan of omgang in het belang van het kind is. Als voogd kan er bezwaar worden gemaakt als deze van mening is dat contact schadelijk is voor het kind. De rechter weegt alle belangen af.

Geen instemmingsrecht

Biologische ouders hebben geen instemmingsrecht meer over beslissingen die door de voogd worden genomen. Zij kunnen wel een procedure starten als zij het niet eens zijn met dergelijke beslissingen, maar de rechter zal hun bezwaar alleen honoreren als daar zwaarwegende redenen voor zijn.

Kan de voogdij worden teruggedraaid?

Dit is iets waar biologische ouders soms op hopen. En het is inderdaad mogelijk, maar de lat ligt hoog. Een ouder kan bij de rechter vragen om herstel van het ouderlijk gezag. De rechter wijst dat toe als de ouder aantoont dat hij of zij weer in staat is de verantwoordelijkheid voor het kind op zich te nemen, en als terugkeer in het belang van het kind is. Hoe langer het kind bij de voogd woont en hoe hechter de band, hoe terughoudender de rechter doorgaans is met het toewijzen van zo’n verzoek. Het belang van continuïteit en stabiliteit voor het kind weegt zwaar. Als voogd bestaat uiteraard het recht om in zo’n procedure diens standpunt in te brengen.

Vragen over voogdij als gezinshuisouder?

De combinatie van gezinshuisouder en voogd is juridisch complex en emotioneel zwaar. Er wordt een grote verantwoordelijkheid voor een kind gedragen dat stabiliteit en continuïteit nodig heeft, terwijl de voogd/gezinshuisouder tegelijkertijd te maken kan krijgen met biologische ouders die hun positie opeisen.

Bij Advocatenkantoor Warmerdam weten we hoe dit soort situaties in de praktijk werken. We helpen u uw rechten en plichten helder te krijgen, zodat u met vertrouwen de juiste beslissingen kunt nemen voor het kind dat aan uw zorg is toevertrouwd.

Neem gerust contact met ons op.